woensdag 8 juni 2011

Verslag van het debat over Creating the Void, 5 juni, Pulchri Studio

Op zondagmiddag 5 juni verzamelden zich 35 mensen in Pulchri Studio voor het debat bij de expositie Creating the Void. Daaronder kunstliefhebbers, kunstenaars van binnen en buiten Pulchri,  een curator en twee journalisten.




Het debat werd geleid door Karel Bodegom. Achter de tafel zaten de kunstenaars en organisatoren van de tentoonstelling Rik van Hazendonk en Rob van de Werdt en de docente kunstgeschiedenis Josée Koene.

Karel lichtte de opzet van de expositie toe. De deelnemende kunstenaars zijn verzameld vanwege een gevoel van verwantschap in intenties. Ze onderzoeken allen vanuit een eigen invalshoek het schilderen zelf en ze scheppen vanuit hun onderzoek een onbekende ruimte. Na die keuze hebben de organisatoren onderzocht of hun ervaring dat dit soort schilderkunst aan een opmars bezig is een verklaring vindt in de tijdgeest waarin we leven. Ze kwamen op de behoefte naar aandacht en verdieping (denk aan slow food, sabaticals) als reactie op de vervlakking en versnelling  in de maatschappij. Zoals in de videokunst al langer aandacht is voor vertraging, vormt zich in de schilderkunst een vergelijkbare tendens naar concentratie en aandacht via de aandacht voor de handeling en het materiaal. De onbepaalde ruimte die als resultaat uit het schilderkunstig onderzoek komt, confronteert de kijker met een ‘leegte’ die ruimte geeft voor eigen perceptie. Hier refereert de titel van de expositie dan ook naar.

In een twee-gesprek lichtten Rob en Rik hun werkwijze toe en waar die raakt aan het thema. De aandacht voor het materiaal en de handeling bij Rik en bij Rob het beroep dat gedaan wordt op de aandacht van de kijker en zijn gelaagde verwijzingen naar de geschiedenis van de schilderkunst, waarbij de kijker zelf mogelijke antwoorden kan invullen.
Door Chris Nobels en Pim Piët ontstond een discussie over het verschil in de betekenis tussen het materiaalonderzoek in de traditionele schilderkunst en dit onderzoek sinds de moderne schilderkunst.

Het debat volgde met een citaat van Dirk Lauwaert uit: “De Roeping, de Kunstenaar en hun Carrière”, verschenen in De Witte Raaf, no. 112:

Een beeld dwingt me letterlijk en figuurlijk stil te staan. Terwijl ik in het dagelijkse leven permanent ‘op weg’ ben, me verplaats van het ene punt naar het andere om de productie van mijn leven en van de wereld te realiseren, houdt het beeld mijn tred in, slokt het mijn aandacht op in de verbeelding. Die stilstand is als een plotse hypnose – die me even verrukt als angstig maakt. De wereld is in de regel het weerloze object van mijn grijpende blik, maar in het beeld word ik zelf het object van een tonen. Het beeld veroordeelt me tot een PRIMAIRE PASSIVITEIT. Niet alleen de rol van de kunstenaar is cruciaal voor onze maatschappij, ook wat hij maakt is wezenlijk voor het maatschappelijk en psychisch functioneren.

Dit citaat leidde tot een gesprek met de aanwezigen over de mogelijkheid van kunst om de beschouwer tot stilstand te brengen, om ruimte te scheppen, anders naar de wereld te kijken en dus ruimte biedt om de maatschappij beter te laten functioneren.
Jos Poels wilde  juist meer uitleg van de kunstenaar over zijn werkwijze, terwijl de kunstenaars zelf (Rob, Rik) veel meer eisen van de kijker. Verhoud je maar tot het onbekende, ga er als kijker zelf maar mee aan de gang.

De meeste discussie ontstond naar aanleiding van het tweede citaat van Dirk Lauwaert uit hetzelfde stuk:
Hij is degene die iets te doen heeft wat nergens voorgeschreven staat, in tegenstelling tot zijn medemensen, die maar al te goed weten wat iedere dag hen brengt – wat tegelijk een vloek en een geruststelling is.

Dit citaat over het kunstenaarschap leidde tot een gesprek over het ‘tasten in het duister’ van de kunstenaar. Hoe bepaalt hij of wat hij maakt niet een ‘holle ruimte’ is in plaats van een betekenisvolle ‘leegte’. Hoe bepaal je wat kwaliteit is (Chris Nobels)? De kwetsbaarheid van deze rol kwam ter sprake. De kunstenaar die voor zich zelf ‘weet’ wanneer het kwaliteit is. Consistentie werd (Aldrik Sluis)  geopperd Simon Koene kwam met het begrip ‘overtuigingskracht’ als maatstaf tot kwaliteit.
Josée Koene schetste de historische ontwikkeling in de rol die de opdrachtgever speelde voor de kunstenaar, van kerk naar adel en rijke burgerij tot tenslotte de kunstenaar die autonoom vanuit zichzelf reflecteert op de wereld.
Eva Klee illustreerde dit vanuit haar praktijk: niet alleen als kunstenaar, maar ook als mens maak ik deel uit van de maatschappij en reflecteer ik daarop in mijn werk. De invloed van de maatschappij is onontkoombaar in mijn werk. Zo bezien is de maatschappij ook opdrachtgever.

Tenslotte was er nog beperkte tijd voor de dubbele slotvraag:
Draagt deze kunst bij aan balans in deze hectische wereld? Vormt dit werk zoals in de expositie getoond een stroming in deze tijd?

Bij Rob en Rik leefde de overtuiging dat kunst die rol kan vervullen. Of het dat ook in belangrijke mate doet en blijft doen is een andere vraag.
Bij de vraag over de stroming ging het gesprek over de tijden dat een stroming met duidelijke manifesten gepaard ging, met ge- en verboden. De individualistische aanpak van deze kunstenaars verhoud zich daar niet mee. Je zou over een tendens kunnen spreken. Bovendien zal de kunstgeschiedenis pas over enige tijd oordelen.

Al met al een zinnige middag die bij een vereniging als Pulchri Studio bijdraagt aan de onderlinge waardering. Het delen van inzichten aan de hand van bijvoorbeeld een expositie als Creating the Void maakt een vruchtbare voedingsbodem voor kunstenaars onderling en geeft zowel kunstenaars als geïnteresseerd publiek een bredere kijk op het werk en op de rol van kunst in de maatschappij.

zondag 5 juni 2011

Omarm de chaos van Bjorn Bruggeman

Omarm de chaos
Bjorn Bruggeman
Bjorn@art-nomads.com
 
4 juni 2011 Reactie op ’creating the void’
 
stortvloed van vluchtige beelden
Het wordt me op voorhand moeilijk gemaakt de expositie te beschouwen zonder de zin ‘stortvloed van vluchtige beelden’ in mijn achterhoofd te hebben. Als uw doelstelling is een soort leegte te creëren met woorden dan bent u daarin misschien wel geslaagd, of ik hiermee ‘teruggeworpen word op mezelf en mijn verbeelding’ durf ik echter sterk te betwijfelen. Uw leegte is eerder een, door vluchtige beelden en woorden omringde, kunstmatige holte
.
Wij weten wat goed voor u is & 9 seconden
U nodigt uit tot aandachtig kijken 1  ‘Kijk toch aandachtig, 2  kijk langzaam, ontdek me’; schreeuwt u samen uit. 3  ‘Kijk nog een keer! 4  Voel de aandacht! 5  De verdieping, de concentratie! 6  Wij zijn eerlijk en puur, 7  kijk nog eens, langzaam, langzaam, 8  ja goed, langzaam….’ 9  En nog eens maar dan langzaam…’  10? en let vooral niet op de buitenwereld want die doet er even niet toe.
 
Autonoom?
Zijn de individuele kunstwerken niet ondergeschikt geworden aan de ‘grote (lege) noemer’ en de meta - dialoog tussen de ‘stortvloed van vluchtige beelden’ en de ‘leegte’? Zijn ze nog  los van deze context te beschouwen? In hoeverre zijn ze nog autonoom te noemen?
 
Leegte?
Er is behoefte aan eenvoud (‘puur’ en ‘eerlijk’?) terwijl de wereld steeds complexer wordt. Simpelweg aan deze ‘behoefte aan eenvoud’ tegemoet komen is echter een doodlopende weg….?
 
De beoogde leegte zit verborgen in de complexe hedendaagse chaos, je moet het alleen zien.  Omarm de chaos. De leegte is overal…..
 
Bjorn Bruggeman